Wettelijke kader

Het Brussels Gezondheidsnetwerk

Zorgverleners

Elke praktijk in de gezondheidszorg is onderworpen aan een reeks wettelijke vereisten. 

Kwaliteitswet

Om de kwaliteit van uw beroepsuitoefening te waarborgen, moet u als zorgverlener aan verschillende eisen voldoen. Deze verplichtingen komen voornamelijk voort uit de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg, vaak de ‘kwaliteitswet’ genoemd.

Deze wet is in werking getreden op 1 juli 2022.

Patiëntendossier

Volgens de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt, gewijzigd in 2024, moet elke zorgverlener voor elke patiënt een actueel en veilig bewaard dossier bijhouden, essentieel voor de kwaliteit van de zorg.

De wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg preciseert de minimuminhoud van dit dossier en verplicht het om gedurende minstens 30 jaar en maximaal 50 jaar na het laatste contact te bewaren. In de toekomst moet dit dossier verplicht in elektronische vorm worden opgeslagen.

Het koninklijk besluit van 3 mei 1999, dat de algemene minimumvoorwaarden bepaalt waaraan het medisch dossier zoals bedoeld in de wet op de ziekenhuizen moet voldoen, verplicht ziekenhuizen ook om een dossier voor elke patiënt aan te maken, met daarin de minimaal vereiste documenten.

Globaal Medisch Dossier (GMD)

De inhoud van het Globaal Medisch Dossier (GMD) wordt bepaald in het koninklijk besluit van 26 januari 2017, dat artikel 2, B, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen wijzigt.

De minimale gegevens die de zorgverlener moet opnemen, zijn gespecificeerd in artikel 33 van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg. Voor meer informatie over het GMD kunt u terecht op de websites van het RIZIV en eGezondheid.

Continuïteit van de zorg

Volgens afdeling 6 van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg mag u een lopende behandeling niet onderbreken zonder de continuïteit van de zorg te waarborgen. Dit houdt in:

De patiënt op de hoogte brengen van een andere zorgverlener (van hetzelfde beroep als u) die bekwaam is om de opvolging over te nemen. Bij risicovolle verstrekkingen moeten noodprocedures en overdrachtsprotocollen worden voorzien. U moet ook, met toestemming van de patiënt, alle noodzakelijke informatie doorgeven aan een andere aangewezen zorgverlener voor het voortzetten van de behandeling. Als u uw praktijk definitief stopzet, moet het patiëntendossier met toestemming van de patiënt worden overgedragen aan een andere zorgverlener.

Ziekenhuisontslagrapport

Het ontslagrapport van het ziekenhuis is essentieel om de continuïteit van de zorg te waarborgen. Het maakt deel uit van de verplichte documenten van het patiëntendossier, zoals bepaald in het koninklijk besluit van 3 mei 1999. Dit rapport bevat een getrouwe weergave van de diagnose en de behandelingen, bestaande uit een voorlopig rapport voor de onmiddellijke zorg en een volledig verslag van het verblijf, ondertekend door de verantwoordelijke arts. Het bevat alle noodzakelijke informatie zodat elke arts de opvolging van de patiënt kan voortzetten, inclusief anamnese-, klinische en therapeutische gegevens.

Portfolio

Als gezondheidszorgbeoefenaar mag u enkel zorg verlenen waarvoor u beschikt over de nodige aantoonbare bekwaamheid en ervaring.

Overeenkomstig artikel 8 van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg moet u een portfolio bijhouden, bij voorkeur in elektronische vorm, dat uw kwalificaties aantoont. Dit portfolio kan worden opgevraagd tijdens een controle.

Voorschriften

Wettelijke inhoud van mijn voorschriften

Afdeling 8 van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg stelt de voorwaarden vast waaraan medische voorschriften moeten voldoen. Volgens artikel 27 moet een voorschrift:

  • de naam en voornaam van de patiënt vermelden;
  • in elektronische vorm of eventueel op papier worden opgesteld;
  • het geneesmiddel of gezondheidsproduct vermelden, met gedetailleerde gebruiksinstructies;
  • gedateerd zijn;
  • door u worden ondertekend of geïdentificeerd volgens de geldende procedure, waarbij de ondertekening niet mag worden gedelegeerd.

Ben ik verplicht om mijn voorschriften elektronisch op te stellen?

Sinds 1 januari 2020 is het verplicht om voorschriften elektronisch op te stellen voor artsen, tandartsen en vroedvrouwen in de ambulante zorg. Deze verplichting geldt echter niet in bepaalde uitzonderlijke situaties, zoals gespecificeerd door het RIZIV.

Voor meer informatie over elektronische voorschriften, de gevallen waarin papieren voorschriften nog zijn toegestaan, en de toegang tot het programma voor elektronisch voorschrijven, kunt u de website van het RIZIV raadplegen.

Diagnostische en therapeutische vrijheid

Als gezondheidszorgbeoefenaar bent u vrij om de interventiemiddelen voor uw patiënten te kiezen, binnen de grenzen van uw bevoegdheden en zonder reglementaire beperkingen. Uw keuzes moeten echter worden geleid door relevante wetenschappelijke gegevens en uw expertise, waarbij u rekening houdt met de voorkeuren van de patiënt.

Als arts-specialist in opleiding moet u er rekening mee houden dat u onder het gezag staat van uw stagemeester, die toeziet op uw opleiding. Naarmate uw opleiding vordert, kunt u geleidelijk meer verantwoordelijkheid op u nemen.

Voor meer informatie over diagnostische en therapeutische vrijheid, zie afdeling 1 van de wet van 22 april 2019.

Rechten van de patiënt

De rechten van de patiënt worden bepaald door de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt, die zeven belangrijkste bepalingen omvat:

  • Ontvangen van kwaliteitsvolle zorg;
  • Vrij kiezen van een zorgverlener;
  • Geïnformeerd worden over de gezondheidstoestand;
  • Vrij en met geïnformeerde toestemming instemmen met elke zorgverstrekking;
  • Toegang hebben tot een zorgvuldig bijgehouden medisch dossier, met de mogelijkheid om het in te zien en een kopie te verkrijgen;
  • Bescherming van de persoonlijke levenssfeer genieten;
  • Een klacht indienen bij een ombudsdienst.

De belangrijkste wijzigingen die in 2024 zijn doorgevoerd.

Patiënten

Wet betreffende de rechten van de patiënt 2002

De rechten van de patiënt worden bepaald door de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt, die zeven belangrijkste bepalingen omvat:

  • Ontvangen van kwaliteitsvolle zorg;
  • Vrij kiezen van een zorgverlener;
  • Geïnformeerd worden over de gezondheidstoestand;
  • Vrij en met geïnformeerde toestemming instemmen met elke zorgverstrekking;
  • Toegang hebben tot een zorgvuldig bijgehouden medisch dossier, met de mogelijkheid om het in te zien en een kopie te verkrijgen;
  • Bescherming van de persoonlijke levenssfeer genieten;
  • Een klacht indienen bij een ombudsdienst.

Belangrijkste wijzigingen in de wet op patiëntenrechten in 2024

Wettelijke vertegenwoordiger

Wet patiëntenrechten 2002

 HOOFDSTUK IV. – Vertegenwoordiging van de patiënt.

  Art. 12.§ 1. Bij een patiënt die minderjarig is, worden de rechten zoals vastgesteld door deze wet uitgeoefend door de [1 personen die conform Boek I titel IX van het oude BW]1 het gezag over de minderjarige uitoefenen of door zijn voogd.
  § 2. De patiënt wordt betrokken bij de uitoefening van zijn rechten rekening houdend met zijn leeftijd en maturiteit. De in deze wet opgesomde rechten kunnen door de minderjarige patiënt die tot een redelijke beoordeling van zijn belangen in staat kan worden geacht, zelfstandig worden uitgeoefend.